Een straf is in eerste instantie (en verder instanties ook) corrigerend van aard. Een preek met psychologische druk (voorheen tik op de vingers) leert een kind dat zomaar koekjes pakken niet gepast is. En zo in een groeiende schaal van impact (overtreding, diefstal, moord, volkerenmoord, oorlogsmisdaden) corrigeert de maatschappij zichzelf. De correctie verlangt reactie: van "o, sorry, ik zal het niet meer doen" tot inzicht in en berouw over verrichte daden. Een misdadiger, hoe wreed en verwerpelijk zijn of haar daden ook, zonder inzicht en berouw ter dood brengen mist dus volledig het corrigerende doel. Zinloos dus, het bevredigd slechts het ongenoegen (en de onmacht) van de slachtoffers wat begrijpelijk is. Het corrigeert niets. De voorbeeld functie voor andere misdadigers is een hard geroepen argument vóór deze doodstraf (en andere straffen). De uitvoering ervan leert hen slechts dat het verstandig is om het slimmer aan te pakken en uit handen te blijven van deze maatscha...