26 januari 2008

Vooroordelen, hoe zit dat?

Ik ben een liefhebber van augurken. Op het moment dat ik iemand tegen kom die ook van augurken houdt heeft deze persoon direct een streepje voor. Hetzelfde geldt voor voetballiefhebbers. Of mountainbikers.

Ik betrap mij er zelf op dat wanneer ik aan het biken ben en ik kom een biker tegen dat ik direct een goed gevoel heb over deze persoon. Gebaseerd op? Inderdaad: eigenlijk niets.

Tegelijkertijd krijg ik een negatief gevoel tegenover wandelaars die op hetzelfde bospad lopen als waar ik bike. En wanneer ik in de bossen wandel ik me “erger” aan bikers (wreed).

Maar als de populatie van zo’n “groep” maar groot genoeg is, en geloof me, er biken heel wat mensen op zondag door de bossen in Nederland, dan is het dus heel waarschijnlijk dat je ook –zacht uitgedrukt- minder sympathieke mensen tegenkomt. Statistisch volkomen verantwoord. Er zal best wel iets gemeenschappelijk's zijn in de groep bikers maar dat sluit niet uit dat er geen uitschieters tussen kunnen zitten en dat weet je pas, jawel, wanneer je mensen leert kennen.


En daar moet je dan wel moeite voor doen hè?


Nou moet ik er niet aan denken dat ik bij elke biker die ik ’s zondags tegenkom moet gaan afstappen voor een praatje en CV uitwisseling (“Heb je toevallig je CV bij je? O, nou ik ook. Da’s fijn….O, prachtige carrière! Mooi gezinnetje ook. T'is toch altijd weer goed om te zien dat bikers het goed voor elkaar hebben hè?”)


Dus hou ik het maar bij het goede gevoel en een in het voorbijgaan roepend: “hooooj”.


Er zit gewoon ook wel eens een grote l*l op zo’n fiets. Ja, ook in je eigen groep. En er lopen mensen met een fantááástisch charisma gewoon in de weg te wandelen.

En als je zelf niet van biken houdt zijn het nog niet allemaal sukkels die het wel doen. Integendeel. Ik bike, dus pas op!

Het is dus op het eerste gezicht het gemakkelijkst om te spiegelen aan je eigen goede gevoel bij een groep wanneer je gaat oordelen. Dat daarmee al snel een vooroordeel. Ja, ook een positief oordeel is een vooroordeel.

Wellicht kom je dichter in de buurt als je zou kunnen zeggen (dit is een voorbeeld hè) dat PvdA stemmende PSV supportende postbodes die op zondag biken toffe peren zijn! Maar dan moet je deze mensen wel in die setting tegen kunnen komen en zeg nou zelf: Hoeveel bijeenkomsten precies voor die groep worden er nou georganiseerd?

Je komt elkaar dus steeds in een enkele setting tegen. Voetbalwedstrijd. Al snel zijn er slechts twee kampen. De helden en de tegenpartij. Totdat die naar zweet ruikende te dikke buurman die al drie keer luidruchtig schreeuwend zijn elleboog in jou oorlel heeft proberen te rammen bij het omhoog komen op het verkeerde moment en als supporter van jou club je doet inzien dat het geen PvdA stemmende en bikende postbode kan zijn dus helemaal niet tot jouw groep hoort. Als die groep al bestaat. Want als ik er homoseksueel en postzegelverzamelaar aan toevoeg dan wordt de groepsgrootte waarschijnlijk gereduceerd tot één.

Oordelen verlangt inspanning. Elkaar leren kennen. Hoeveel mensen leer je eigenlijk kennen in een beetje leven? 10, 20, 50, 100?

De rest mag het dan verder doen met je vooroordeel.

O, een biker. “Hooj”

Naschrift


Ik heb bij dit stukje bewust de woorden islam en christelijk vermeden maar zouden evenwel prima van toepassing zijn. Ik ga ervan uit dat je het zonder die woorden ook wel zult begrijpen en dat maakt dit naschrift dan weer overbodig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen